Kwalitatief waterbodemonderzoek
“Vuil water blust ook vuur”
Een kwalitatief waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de Nederlandse Voor Norm (NVN) 5720 “Bodem - Waterbodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”. In deze norm wordt het aantal steekmonsters en het aantal te onderzoeken speciemengmonsters afhankelijk gesteld aan de te onderzoeken oppervlakte.
Het doel van een kwalitatief waterbodemonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning de kwaliteit van de waterbodem (baggerspecie) in een (hoofd)watergang te bepalen. Na uitvoering van een waterbodemonderzoek kan een uitspraak worden gedaan over de mogelijkheden voor de verwerking van de aanwezige baggerspecie.
Er zijn verschillende redenen om een kwalitatief waterbodemonderzoek te laten verrichten. Enkele redenen zijn:
- Onderhouds- en saneringsbaggerwerkzaamheden.
- Aan- en verkoop van een locatie.
- De resultaten van eerder waterbodemonderzoek.
De waterbodemmonsters worden ingezet bij een door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd milieulaboratorium. Daarna worden de analyseresultaten getoetst met behulp van het programma TOWABO. Na toetsing worden de speciemonsters in een kwaliteitsklasse ingedeeld van het Besluit Bodemkwaliteit alsmede de 4e Nota Waterhuishouding. Tevens worden de analyseresultaten met behulp van de msPAF getoetst om de verspreidbaarheid van de specie aan te geven. Ook kunnen de analyseresultaten getoetst worden aan het Bouwstoffenbesluit.
Alle relevante informatie wordt door ons verwerkt en vastgelegd in een heldere rapportage. In het rapport worden conclusies getrokken of een (deel) watergang verontreinigd is of niet en worden zo nodig adviezen gegeven over eventuele vervolgstappen.
