Kwantitatief waterbodemonderzoek
“Stille wateren hebben diepe gronden”
Een kwantitatief waterbodemonderzoek heeft ten doel om inzicht te verkrijgen in de hoeveelheid baggerspecie in de watergangen, dit in verband met het verwerken en/of storten van de vrijkomende baggerspecie. Na uitvoering van een kwantitatief waterbodemonderzoek kan een uitspraak worden gedaan over de aanwezige hoeveelheden baggerspecie.
De onderzoeksstrategie voor het kwantitatieve waterbodemonderzoek wordt in overleg met de opdrachtgever vastgesteld. Om de hoeveelheden baggerspecie te bepalen worden dwars op de watergang profielen opgenomen, de zogenaamde dwarsprofielen. Binnen een dwarsprofiel wordt onder andere de breedte van de watergang en de boven- en onderzijde van de baggerspecielaag vastgelegd. Door de boven- en onderzijde van elkaar af te trekken wordt een baggerspeciedikte bekend. De meest voorkomende afstand tussen twee dwarsprofielen is 50 meter. Bovenstaande gegevens worden verwerkt in WDB (Waterbodem Dwarsprofielen Beheer).
De volgende veldwerkzaamheden worden uitgevoerd:
- De ligging van het dwarsprofiel wordt ingemeten t.o.v. het begin van de watergang.
- In principe wordt op iedere meter een meting uitgevoerd. Op de onderwatertaluds wordt op iedere halve meter een meting uitgevoerd.
-
Per meting/meetpunt worden de volgende gegevens opgenomen.
- de bovenzijde van de sliblaag (in cm minus waterpeil).
- de bovenzijde van de vaste bodem (in cm minus waterpeil).
- De breedte van de watergang wordt vastgelegd (cm).
- Het waterpeil wordt vastgelegd aan de hand van NAP-peilschalen.
Alle relevante informatie wordt door ons verwerkt en vastgelegd in een heldere rapportage. In het rapport worden conclusies getrokken hoeveel baggerspecie in een traject aanwezig is en worden adviezen gegeven over eventuele vervolgstappen.
