FAQ

Een overzicht van veelgestelde vragen en heldere antwoorden

Algemene vragen

Milieukundig adviesbureau Hopman en Peters is opgericht in 1988, als één van de eerste milieuadviesbureaus in Nederland. Hans Hopman en Huub Peters waren voorheen al werkzaam als provinciaal milieuambtenaar, voor respectievelijk bodemsanering en afvalstoffen. Zij hebben beiden een zeer ruime ervaring met (water)bodemonderzoeken, saneringen en advisering.

Deze expertise wordt niet alleen ingezet voor projecten van onze opdrachtgevers, maar ook voor de (verdere) opleiding van onze eigen medewerkers. Dankzij deze continue kennisuitwisseling kunnen wij onze opdrachtgevers maximaal van dienst zijn en voorzien van een helder en deskundig advies op maat.

De wereld op het gebied van bodem, ecologie en archeologie is volop in beweging. Voor een leek is het vaak niet meer te overzien. De asbestproblematiek en nog recenter PFAS, het zijn ontwikkelingen waar particuliere grondeigenaren, aannemers, grondverzetbedrijven, makelaars, gemeenten en nutsbedrijven mee te maken krijgen.

De constant veranderende en strenger wordende wet- en regelgeving op ons vakgebied verlangen experts die volledig op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen en een gedegen maatwerkadvies kunnen geven.

Een van de sterke punten van Hopman en Peters is dat wij werken met eigen mensen, van projectleider tot projectmedewerker en van MKB’er tot veldwerker. Dit geeft ons de volledige regie over uw project, waardoor wij adequaat kunnen inspelen op uw wensen. Het werken met eigen mensen geeft ons de flexibiliteit in planning en uitvoering waar u als opdrachtgever volop van kunt profiteren. Waar nodig voor uw project schalen wij op met geselecteerde inhuurkrachten die altijd werken volgens de kwaliteitseisen van Hopman en Peters.

Voor zijn een milieukundig adviesbureau voor zowel kleine als grote opdrachten. Wij kunnen snel schakelen, als het moet zelfs binnen 24 uur. Belangrijk, want bodemverontreiniging komt vaak pas aan het licht, als u al bezig bent met uw bouwproject.

Bovendien kijken wij verder dan alleen bodemonderzoek. Omdat wij alle disciplines in huis hebben en u één vaste projectleider heeft gedurende het gehele project, kunnen wij uw totale bouwproject overzien en de eventuele consequenties, zoals de afvoer van de(vervuilde) grond of het afpompen van water, meenemen in ons advies.

Jazeker. Wanneer u (ver)bouwplannen heeft op uw eigen grond, bijvoorbeeld het plaatsen van een garage, een uitbouw aan uw bestaande woning of het graven van een kelder onder de woning, dan kan een bodemonderzoek door de gemeente vereist worden. U kunt daarvoor direct bij ons terecht. Wij kennen de wet- en regelgeving en kennen alle mogelijke ‘valkuilen’ en helpen u bij de vergunningsaanvraag, het onderzoek en zelfs bij het afvoeren van de (vervuilde) grond.

Ook voor ecologisch onderzoekkunt u als particulier bij ons terecht, bijvoorbeeld wanneer u een bestaande schuur wilt slopen, of een of meerdere bomen wilt verwijderen. De Wet Natuurbescherming is daar heel duidelijk in. Met onze Flora & Fauna Quickscan heeft u snel antwoord op uw vragen.

Bodemsanering

De situatie waarbij u MOET saneren is afhankelijk van veel factoren en niet eenduidig aan te geven. In beginsel MOET u saneren wanneer er sprake is van aanzienlijke risico’s voor de volksgezondheid, voor mens en milieu.

U kunt binnen de Wet Bodembescherming kiezen uit verschillende saneringsvarianten, enkele hiervan zijn:

  • Volledige verwijdering van de verontreiniging.
  • Het aanbrengen van een duurzame afdeklaag.
  • Het beheersen van de verontreiniging.

Ook zijn combinaties van de verschillende varianten mogelijk, een en ander is sterk afhankelijk van de soort van de verontreiniging en het gebruik van de locatie.

Als er 20 m3 sterk vervuilde grond aanwezig is en men noemt het geen ernstig geval, dan kan er door de hoge concentraties in de grond toch sanering noodzakelijk zijn.

Vaak worden gevallen met meer dan 25 m3 grond en 100 m3 grondwater door de provincies of regionale uitvoeringsdiensten afgehandeld. Sanering van minder dan 25 m3 sterk vervuilde grond wordt veelal door de lokale omgevingsdiensten uitgevoerd.

Sterk vervuilde grond is grond waarbij een of meerdere stoffen de Interventiewaarde overschrijden, dus hoge risicovolle concentraties.

Deze grond moet u afvoeren naar een erkende verwerker. Daar kan de grond op verschillende manieren gereinigd worden. In sommige uitzonderlijke gevallen kan dat niet en wordt de grond opgeslagen op een daarvoor ingerichte stortlocatie.

Niet sterk vervuilde grond, die toch moet worden afgevoerd omdat deze grond niet voldoet aan bijvoorbeeld “wonen met tuin”, kan worden afgevoerd naar een grondbank of een daarvoor geschikte hergebruikslocatie. Bijvoorbeeld geluidswallen of ophoging van industrieterreinen en dergelijke.


Het komt regelmatig voor in gebieden sprake is van grondwaterverontreiniging die van elders afkomstig is. Wanneer er onder uw terrein grondwaterverontreiniging aanwezig, waarvan de bronlocatie elders (buiten uw perceel) ligt, dan hoeft u deze niet te saneren.

Deze grondwaterverontreiniging kan wel gebruiksbeperkingen opleveren. U mag in dat geval geen grondwater oppompen zonder eerst te overleggen met het bevoegd gezag. Wilt u bijvoorbeeld een kelder bouwen en u gaat vervuild grondwater oppompen, dan zijn de bijkomende kosten voor uw rekening. Deze kosten kunt u niet verhalen op de veroorzaker.
Dit is juridisch vaak een complex verhaal. Laat u zich daarom goed van tevoren adviseren.

Partijkeuringen

Een (deel-)partij grond of baggerspecie bedraagt maximaal 10.000 ton.

Dit geldt echter niet in alle situaties. Bij onderstaande situaties geldt een maximale (deel-)partijgrootte van 2.000 ton:

  • Partijkeuring gericht op asbestverdacht of -houdende grond.
  • Partijkeuring onder duurzaam aangesloten verhardingslagen.
  • Partijkeuring van niet-reinigbare grond.


Er is bewust geen maximale geldigheidstermijn vastgesteld voor partijkeuringen. De geldigheidsduur is onder andere afhankelijk van wat er in de tussenliggende periode is gebeurd met de locatie of de partij en welke verontreinigingen eventueel zijn aangetroffen in de bodem/grond. Dit vergt dus maatwerk en moet per situatie door het bevoegd gezag worden bekeken.

Eerst moet worden nagegaan of er sprake is van meer of minder dan 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal (puin, baksteen of hout). Bij meer dan 20 gewichtsprocent zal de partij gezeefd moeten worden alvorens een partijkeuring kan plaatsvinden.

Indien er geen bodemonderzoek conform de NEN 5707 (asbest in bodem) is uitgevoerd en er puinbijmenging aanwezig is, is de partij asbestverdacht. Dit houdt dus in dat de partij maximaal 2.000 ton mag bedragen en aanvullend op asbest geanalyseerd moet worden. Dit kan ook betekenen dat u de partij moet opdelen in deelpartijen van ieder max. 2.000 ton.

Is er wel een bodemonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd, waarbij geen asbest is aangetoond en te herleiden is dat het depot afkomstig is van de onderzochte locatie, dan is het niet nodig om asbest als extra parameter mee te nemen.

Let wel op dat, sinds het in werking treden van het Tijdelijk Handelingskader PFAS d.d. 08-07-2019, de partij aanvullend op PFAS geanalyseerd dient te worden!


Ecologisch onderzoek

Vleermuizen zijn wettelijk strikt beschermd. Het beschermen van vleermuizen, hun verblijfplekken en vliegroutes is erg belangrijk. In het kader van de zorgplicht (art. 1.11 van de Wet Natuurbescherming) is de verplicht om onderzoek te doen naar het voorkomen en beschermen van vleermuizen. Hopman en Peters heeft ecologisch specialisten in huis die onderzoek kunnen uitvoeren naar vleermuizen en u van een passend advies kunnen voorzien.
Een ecologische quickscan kan in principe snel uitgevoerd worden, maar als daarbij beschermde soorten worden aangetroffen, zal een aanvullend soortgericht onderzoek nodig zijn. Dit duurt 1 tot 12 maanden (sterk afhankelijk van de soort(groep)), meestal in de periode april-oktober. Tijdig aanvragen kan dus veel vertraging voorkomen!

Goed onderzoek biedt inzicht in het voorkomen van beschermde soorten. In veel gevallen is op basis hiervan ontheffing mogelijk, als er in passende compensatie wordt voorzien.

Voorafgaand aan het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep is ecologisch onderzoek wettelijk verplicht.

Nee, er moet eerst een ecologische quickscan worden uitgevoerd. Bovendien is in het broedseizoen kappen niet toegestaan, tenzij er aantoonbaar geen verstoring optreedt. Juridisch gezien begint het broedseizoen jaarlijks op 15 maart en eindigt op 15 juli. In deze periode is het verboden om opzettelijk vogels, hun eieren en hun nesten te verstoren en/of te vernielen.
Ook kan een boom op een gemeentelijke bomenlijst vermeld staan, een beeldbepalende status heeft of zelfs als monumentaal is aangemerkt. In dat geval is vóóraf een toetsing noodzakelijk of de betreffende boom een beschermde status heeft en is een kapvergunning vereist.

Bodemonderzoek

Eigenaren van ondergrondse tanks waar geen vloeistoffen in de tanks meer werden opgeslagen, waren tot 1 januari 2008 verplicht om op grond van art. 13 lid 4 BOOT deze binnen acht weken na beëindiging te verwijderen (of onklaar te maken als verwijdering niet mogelijk is). Op 1 januari 2008 is deze verplichting vervallen (BOOT vervallen). Hiervoor in de plaats zijn bepalingen gekomen die toezien op het beëindigen van het gebruik van een tank (art. 3.37 Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer).
Voor tanks die op 1 januari 2008 al buiten gebruik waren is er geen regeling meer en dus geen handhaving (afdwingen verwijdering) mogelijk, tenzij sprake is van dreigende bodemverontreiniging (art. 13 Wbb).

Dat hangt van meerdere factoren af. Ten eerste moet vastgesteld worden wanneer de verontreiniging is ontstaan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande, zogeheten historische gevallen van bodemverontreiniging en nieuwe gevallen van verontreiniging. Bodemverontreiniging, ontstaan vóór 1 januari 1987, wordt als historisch beschouwd. Daarvan moet worden vastgesteld of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Daar is sprake van als meer dan 25 m3 grond of meer dan 100 m3 grondwater in concentraties boven de interventiewaarde verontreinigd is.

Bij ernstige bodemverontreiniging bestaat er noodzaak tot het nemen van saneringsmaatregelen. Op welke termijn is afhankelijk van de uitkomst van een uit te voeren risicobeoordeling. Uiteraard spelen geplande (her)ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld bouwplannen of graafwerkzaamheden ook een belangrijke rol.

Voor nieuwe gevallen van verontreiniging, dus ontstaan nà 1 januari 1987, geldt het volgende: In artikel 13 uit de Wet bodembescherming is de zorgplicht neergelegd. Op grond van deze wet moet een ieder voldoende zorg voor de bodem in acht nemen. Op het moment dat er verontreiniging optreedt, moeten de gevolgen meteen ongedaan gemaakt worden.

Deze bepaling verplicht bij bodemverontreiniging (dus ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd.


Een verkennend bodemonderzoek is vaak maatwerk. Er is daarom geen vaste prijs te noemen. De kosten zijn namelijk afhankelijk van meerdere factoren. Ten eerste zijn de kosten gerelateerd aan de oppervlakte van het te onderzoeken terrein. Voor een grotere oppervlakte schrijven de normen meer boringen en analyses voor dan voor een klein perceel. Daarnaast is de historie van het terrein van belang. Hebben er in het verleden activiteiten plaatsgevonden, die een verontreiniging kan hebben veroorzaakt of niet? Er moet daarom ook altijd een vooronderzoek plaatsvinden om dergelijke informatie te inventariseren.

De doorlooptijd van een bodemonderzoek bedraagt circa 4 weken. Na opdrachtverlening worden de veldwerkzaamheden ingepland. Het veldwerk wordt meestal binnen circa 1 week uitgevoerd. Als er grondwateronderzoek plaatsvindt, dan wordt er een peilbuis geplaatst die na een standtijd van één week wordt bemonsterd. De analysetermijn bedraagt 5 werkdagen. Dat betekent dat na circa 3 weken alle resultaten bekend zijn en dan verwerkt kunnen worden in een rapportage.


Waterbodemonderzoek

Waterbodemonderzoek is nodig om te weten of het slib uit sloten, plassen, rivieren, kanalen en ander oppervlaktewater geen (ernstige) vervuiling bevat – en dus opnieuw gebruikt mag worden.

Een waterbodem of slib dient, bij toepassing op het land, aan de dezelfde eisen te voldoen als partijen grond die op een perceel worden toegepast.

Partijen die verantwoordelijk zijn voor de waterafvoer en regelmatig de watergangen moeten uitbaggeren, krijgen hier mee te maken. Maar ook projectontwikkelaars, die een sloot willen dempen, of particulieren, die eigen oppervlaktewater of een sloot hebben, moeten weten wat ze met het uitgebaggerde slib moeten doen.

Nee, de Wet Bodembescherming zegt alleen iets over een spoedeisend geval van waterbodemverontreiniging.

Waterbodemonderzoek is meer gerelateerd aan het onderhoud van de watergang; dit bepaalt of er slib verwijderd moet worden ja of nee. Als het de watergang niet belemmert, dan mag u het slib gewoon laten zitten.

Moet het slib er wel uit dan is onderzoek nodig om te bepalen wat de kwaliteit van het slib is om hiermee de hergebruikmogelijkheden te bepalen. (zie ook vraag ‘Om welke rede(en) moet ik een waterbodemonderzoek laten uitvoeren?)

Dit is de hoeveelheid sediment op de bodem. Met een holle buis prikt men door de sliblaag tot op onderliggende zand- of kleilaag. Wat je naar boven haalt is de dikte van de sliblaag.

Slib groeit aan door bladval of door bezinking van fijne deeltjes. Aangroei per jaar van 1 á 2 cm is gebruikelijk. Dit is de (natuurlijke) aangroei. Vooral drukbevaren kanalen, rivieren en havens moeten om die reden permanent op diepte worden gehouden.

Verontreiniging van het slib kan ontstaan door afspoeling van verontreinigd (regen)water, industrie, scheepvaart en lozingen.

Asbest bodemonderzoek

Neen. Er zijn twee redenen, waarbij asbest onderzoek wel vereist is, namelijk:

  1. als het gebouw wat op het perceel staat asbest bevat (asbest kan dan zijn vrijgekomen tijdens de oorspronkelijke bouw). Of een gebouw asbest bevat wordt bepaald door een asbestinventarisatie van het gebouw.
  2. als puinresten in de bodem worden aangetroffen en niet kan worden aangetoond wanneer dat is gebeurd.

In veel gevallen biedt een gecombineerd regulier bodemonderzoek (volgens NEN 5740) en een asbest bodemonderzoek (volgens NEN 5707) de oplossing, waardoor het in één werkgang kan worden uitgevoerd.

Informeer naar de mogelijkheden!

Niet bij verkennend onderzoek. Hier worden uitsluitend gaatjes gemaakt van 30 bij 30 bij 50 cm en zijn persoonlijke beschermingsmiddelen voldoende. Wel is het van belang om de bodemvochtigheid te meten. Bij meer dan 10% bodemvochtigheid is de kans op verstuiving van losse asbestdeeltjes te verwaarlozen. Is dit minder dan 10% dan kunnen losse asbestvezels wel vrijkomen, die je kunt inademen. Dan zijn extra voorzorgsmaatregelen wel nodig, zoals mondkapjes, kleding, of maskers.

Bij nader onderzoek is het gevaar voor de gezondheid wel aanwezig. Er worden dan met behulp van een kraan proefsleuven gemaakt van ca. 2 meter lengte en 50 cm diep. De bak krast door het puin, waarbij gemakkelijk vezels kunnen vrijkomen. Hier is het zaak om alle veiligheidsmaatregelen in acht te nemen.

Nee, alleen verontreinigde grond met een waarde van boven de 100 mg/kg.ds moet u in beginsel saneren. Anders gezegd: zorgen voor het wegnemen van risico’s.

Oppakken en afvoeren is vaak de beste oplossing, maar in bepaalde gevallen volstaat ook alleen afdekken. Asbestpuin mag meestal in de bodem blijven zitten, zolang er maar geen vezels vrij kunnen komen. Bijvoorbeeld door er asfalt over te leggen. Een oplossing die wij veel op boerenerven toepassen. Let er dan wel op dat u niet alsnog een sleuf gaat graven om een kabel of afvoer aan te leggen. Veiliger is dan oppakken en laten verwijderen.

Hopman en Peters kan u hierover adviseren.